"De Overdiepse Polder"

750 jaar geschiedenis van een polder in de delta

In de 12e eeuw, toen de eerste pioniers zich vestigden op de zuidelijke oeverwallen van de Romeinse Maas, zag het landschap er uit als een groot moeras en veengebied waar de rivier in alle vrijheid kwam en ging.

Een eeuw later werden de eerste dijken aangelegd om het water te beteugelen. De turfwinning kwam op gang en wijzigde het landschap. De turfvaarten (Kerkvaart en Vrouwkensvaart) en de veenafgravingen met de kenmerkende lange kavels gaven het landschap reliëf. 

Dan laat de natuur zien waartoe ze in staat is en met de Sint Elisabethsvloed in 1421 verandert het eerst bewoonde gebied in ‘Nijet dan water ende wolcken’, niets dan water en wolken.

Na 1421 zijn grote delen van het veengebied afgedekt met een kleilaag die soms wel 1 meter dik was en werden onderdeel van een zoetwatergetijdengebied zoals dat nu nog goed te zien is in het overgebleven deel: de Biesbosch.

De aanwassen werden langzaam droger en in de 16e en 17e eeuw weer ingericht naar het model van de rest van het gebied. Daarna is het beeld tot het begin van de 20e eeuw nagenoeg onveranderd gebleven, een onbewoond gebied met graslanden gescheiden door smalle slootjes: het Slagenland.

Met het graven van de Bergsche Maas rond 1900 ontstonden de huidige contouren van de Overdiepse Polder. In het noorden de Bergsche Maas, in het zuiden ´t Oude Maasje, in het westen de Punt (nu militair terrein) en in het oosten de Winterdijk met uiterwaarden (’t Polderke van Meijs).  Dit was de situatie tot aan de eerste ruilverkaveling. Er was slechts één onverharde weg langs het Oude Maasje.

Onderschrift bij de kaart

Kaart uit 1840 waarop duidelijk de lange rechte percelen te zien zijn die zo kenmerkend zijn
voor dit gebied.
De blauwe stippellijn markeert het hart van de huidige Bersche Maas die
een flink stuk van de polder opeiste.

In 1944 staat de polder onder water, dit keer door het geweld van de Tweede Wereldoorlog. Van oktober 1944 tot de bevrijding lag hier de frontlijn. 

In 1946 werd gestart met de eerste ruilverkaveling. De voorbereidingen waren reeds van voor de Tweede Wereldoorlog. Er werden verharde wegen aangelegd die zuid-noord liepen, de percelen werden daar oost-west op aangesloten en ingedeeld in 14 grote blokken, zodat het eeuwenoude slagenland verdween. Tot op de dag van vandaag zijn echter bij droog weer de oude sloten, die eerder droog zijn dan de rest van het land, soms nog zichtbaar. Hooiland werd weiland voor de koeien en gedeeltelijk omgezet in bouwland.

In 1953 staat de hele polder weer onder water, deze keer door het natuurgeweld, de Watersnoodramp van februari 1953, waarna het Deltaplan voor veilige bescherming tegen de zee zal zorgen.

De tweede ruilverkaveling werd op 29 december 1970 aangenomen. Nadat ook de Volkeraksluizen in het kader van het Deltaplan gereed waren, kon de polder watervrij gemaakt worden. Dit gebeurde pas toen de keersluis in het Oude Maasje in 1978 gereed was.

Door de aanleg van de Abraham Kampbrug over het Oude Maasje was de polder ook definitief ontsloten. In de periode 1974 tot 1980 werden er 17 boerderijen gebouwd. Hiermee had de polder weer een totaal ander aanzien gekregen.
 

Na 35 jaar was men aan vernieuwing toe, echter dit zou op een geheel andere wijze gaan gebeuren. Met de ontpoldering in het kader van ‘Ruimte voor de Rivier’ is de periode van afbreken van het oude en herbouwen op terpen aangebroken. Door het Terpenplan krijgt de polder weer een ander aanzien maar behoudt zijn prachtige uitzicht over de weilanden. Het hele project biedt  veiligheid voor bewoners van een grote omgeving langs de rivier en de Overdiepse polder blijft behouden als een waardevol landbouwgebied, waarmee de spreuk “En de boer hij ploegde voort” volledig van toepassing is. Een positief einde voor de beschrijving van de geschiedenis van een polder in de delta.

 

terug naar Themanummer 18

naar Open Dag Overdiep